Het wetsvoorstel uit 2024 voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) is door de Belastingdienst en het UWV als onuitvoerbaar beoordeeld. Daarom werkt het kabinet aan een nieuw plan, dat uiterlijk eind 2025 gepresenteerd moet worden.
Het doel van de wet is om zelfstandige ondernemers financieel te ondersteunen in het geval van langdurige arbeidsongeschiktheid. Voor werknemers is er al zo’n vangnet, maar voor ondernemers ontbreekt deze voorziening. De specifieke regels en de startdatum van de verplichte AOV moeten nog worden vastgesteld. Eind 2025 wil de minister echter met een nieuw voorstel komen. Dit artikel belicht de belangrijkste onderdelen van het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ).
Een AOV is bedoeld om ondernemers te beschermen tegen inkomensverlies door ziekte of arbeidsongeschiktheid. Dit is momenteel niet verplicht. Het voorstel uit 2024 stelt dat zelfstandigen die voor de inkomstenbelasting als ondernemer worden beschouwd, verplicht zijn een AOV af te sluiten. De premie voor deze verzekering zou maximaal 195 euro per maand bedragen.
Veel zelfstandigen hebben op dit moment geen AOV. Ze nemen vaak andere maatregelen om het financiële risico bij arbeidsongeschiktheid af te dekken.
Volgens het wetsvoorstel moeten zelfstandige ondernemers met winst uit hun onderneming een AOV afsluiten. De verplichte verzekering geldt niet voor bestuurders van rechtspersonen, ondernemers die voor een aanzienlijk deel in loondienst werken, meewerkende echtgenoten, en ondernemers die AOW ontvangen.
De jaarpremie zou ongeveer 6,5% van de belastbare winst uit onderneming bedragen, inclusief de MKB-winstvrijstelling en ondernemersaftrek. Dit komt neer op een maandlast van maximaal 195 euro, gebaseerd op het minimumloon van 2024. De premie wordt geïnd door de Belastingdienst en is fiscaal aftrekbaar.
Als een ondernemer na een jaar ziekte nog steeds arbeidsongeschikt is, begint het UWV met het uitbetalen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Deze uitkering loopt door tot de AOW-leeftijd. Een ondernemer heeft recht op deze uitkering als hij door ziekte of letsel niet in staat is om minimaal het bedrag van het minimumloon te verdienen. Over de uitkering wordt belasting geheven.
De hoogte van de uitkering bedraagt 70% van de belastbare winst, met een maximum gelijk aan het minimumloon. Dit verschilt van de regeling voor werknemers, waar de uitkering is gebaseerd op het laatstverdiende loon.
Zelfstandigen die al een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben, kunnen deze blijven gebruiken. Ook ondernemers die de verplichte AOV niet voldoende vinden, of die liever particulier verzekerd blijven, kunnen een zogenoemde 'opt-out' gebruiken.
Om voor de opt-out in aanmerking te komen, moet de particuliere verzekering voldoen aan een aantal voorwaarden. Zo moet de premie minstens gelijk zijn aan die van de verplichte AOV, en de hoogte van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid mag niet lager zijn dan bij de verplichte AOV. Bovendien moet de particuliere verzekering doorlopen tot de AOW-leeftijd. Voor bestaande verzekeringen wordt een overgangsregeling voorzien.
BRON: KVK